Thamestocht 2013

        DSC00076
Thamestocht 8-16 juni 2013

Elk jaar organiseert de KNRB meerdaagse toertochten, in binnen- en buitenland. Eerder roeide ik met ploeggenoten van RV De Hertog op de Thames (VK), de Sarthe en de Loire (F), de Gudena (DK) en de Weser (D). Dat waren kampeertochten.

Helaas gingen die de laatste jaren wegens gebrek aan belangstelling niet door. Toen dit jaar opnieuw een tocht op de Thames op het programma stond, met overnachtingen in hotels, gaven we ons meteen op. Gelukkig was er grote belangstelling, zo groot zelfs dat we even vreesden niet mee te kunnen. Uiteindelijk behoorden we toch tot de uitverkorenen. Onze stoere clubwherry, het Nonnetje moest thuisblijven, we zouden in een boot van de KNRB mogen roeien.

Op zaterdag 8 juni vroeg op om bepakt en bezakt – toch voor de zekerheid maar zelf kussens, een peddel en een vlaggetje meegenomen bijv. – naar de opstapplaats voor de bus te reizen, Hazeldonk. De bus ging in Calais op de trein door de Eurotunnel. De dag voor vertrek was het in Nederland uitbundig warm weer geweest. Aan de overkant, in Engeland, bleek het grijs en kil. Ik had alleen maar korte mouwen ingepakt…

Er waren ploegen uit Amsterdam, Den Haag, Wageningen, Leiden, Rotterdam, Heerenveen en Breda, heren, dames, gemengd. In de bus las men de krant of deed een dutje. ’s Avonds  in het hotel in de Cotswolds, waar de Thames ontspringt, konden we een beetje kennismaken.

De volgende morgen boten van de botenwagen laden in een haventje vol longboats, smalle voormalige trekschuiten waar men voor zijn plezier in vaart (4 km per uur), en een voor een het water op. De tocht zou in totaal 190 km beslaan, over 7 dagen, van de start in Lechlade naar Londen. Voor we daar aankwamen moesten we 43 sluisjes passeren.

Ik had me van tevoren zorgen gemaakt of ik wel goed mee zou komen, nog stijfjes na een zware heupoperatie. De weken voor de tocht flink geoefend op de ergometer. Op zo’n toertocht wordt namelijk best doorgeroeid. Alleen voor koffie en lunch wordt even aangelegd. In de namiddag moet iedereen weer op tijd bij de bus zijn, terug naar het hotel. Het is vervelend als je dan heel lang op een trage ploeg moet wachten.  Gelukkig ging het goed: half uur roeien, wisselen, half uur sturen. Ook in de sluisjes kun je, terwijl je aan een lijn om de bolder hangt, even uitblazen. De dames van De Hoop uit Amsterdam gaven op dag een hun visitekaartje af: toen wij aankwamen bij de prachtige uitspanning aan het water die luisterde naar de naam Rose revived, zaten zij al aan een biertje.

Dag twee voerde naar Oxford. De botenhuizen rijgen zich daar letterlijk aaneen: elk College heeft zijn eigen roeivereniging. Onze boten werden voor de nacht achtergelaten op een strook gras tussen clubhuis en verkeersweg. De roeisport is heilig langs de Thames: de volgende ochtend troffen we alles ongeschonden aan, riemen keurig twee aan twee langs de boorden.

Van Oxford naar Abingdon, een plaatsje dat met zijn ruwstenen kademuur, vakwerk en kerktoren niet zou misstaan in een Miss Marple mysterie. Agatha Christie heeft daadwerkelijk in deze buurt gewoond en geschreven. Het was een korte tocht, zodat we ’s middags tijd hadden om Oxford te bezoeken. Marga en Mirjam gingen shoppen – op zoek naar kekke roeikleren en gadgets – en naar de Botanische Tuin, Nora en ik kochten ansichtkaarten en boeken en wandelden door het park langs de Thames. Kleine kinderen die cricket speelden, een kraam waar een aardige vrouw met zwaar Oost-Europees accent thee verkocht en bankjes langs het jaagpad. Op het water flitsten roeiers voorbij, alhoewel soms deinden ze aarzelend, als jonge zwanen – voor het eerst samen boordroeien?

Dag vier ging het van Abingdon Rowing Club naar de sluis bij Goring. Het bleef maar grijs en winderig. Maar we waren al lang blij dat het droog was gebleven tot nu toe. Inmiddels hadden de ploegen elkaar een beetje leren kennen. De heren uit Den Haag waren vrolijk en gastvrij, de dames uit Leiden uit de hoogte, en die uit Amsterdam snel en ambitieus. De aanleg bij de sluis was een kunststukje: vlak voor het naar beneden kletterende water draaien en bij het gazonnetje van de sluiswachter aanmeren. De sfeer in de groep was sportief: altijd mensen bereid om even te helpen en samen de boten op de wal te sjouwen.  Terwijl wij roeiden had de bus onze bagage verhuisd naar een ander hotel, van het dorpje in de Cotswolds naar de stad Reading. Daar aten we op eigen gelegenheid, heerlijk Indiaas. Ons motto, na dagen van wind en sluisjes, werd:  Keep calm and curry on.

Op de vijfde dag roeiden wij onder langs Reading, naar het roeimekka Henley. We hadden er goed de vaart in omdat we op tijd wilden zijn om het River and Rowing Museum aldaar te bezoeken. ’s Middags brak eindelijk de zon door. Aan de horizon zagen we hoe de Haagse heren hun best deden de dames van De Hoop eens voor te raken. Zelfs werd in hun boot een paraplu uitgeklapt om de wind in de zeilen te krijgen. In de sluis kwamen we bij elkaar. Wij zwenkten bij het uitvaren op het open water meteen braaf naar stuurboordwal om de anderen gelegenheid te geven ons in te halen. Dat lukte echter zomaar niet. Toen kregen we er lol in en flink op de benen, slaagden we er in om als eerste het vlot van de Henley Rowing Club te bereiken. De plaatselijke economie flink gestimuleerd door onze uitgaven in het museum. Polo’s, petten, kaarten, knuffels (een pluche witte zwaan, voor Marita, voormalig ploeggenoot, die net bevallen was van haar tweede kind), bekers met de opdruk: I’d rather be rowing. ’s Avonds aten we Italiaans.

Vrijdag alweer. Over de wedstrijdbaan bij Henley. Ik kwam moeizaam op gang na de sprint van de vorige dag. Maar eenmaal warm gedraaid ging het weer van een leien dakje. Sluis nummer zoveel. Ze dragen mooie namen als Hambleden Lock, King’s Lock, Temple Lock en worden bediend door vrijwilligers. Een zwarte sluiswachter met rastamuts ontlokte Nora de grap: Dit moet Dread Lock zijn. De groene oevers, de wouwen in de lucht, de koffie en proviand en de geestdrift van mijn gezelschap deden de rest: roeiend op de Thames kun je niet lang chagrijnig blijven.  Opnieuw waren we als eerste bij de aanlegplaats, Eton Exclusive Rowing Club. Het moet gezegd: we genoten nu gezag zelfs bij de dames van De Hoop.  Dat vierden we met een biertje in de tuin van ons nieuwe Londense hotel.

De laatste dag kwamen we langs Windsor. Er was een regatta aan de gang. Wij dienden angstvallig bakboord te houden om de wedstrijd niet te hinderen. The Queen zou de volgende dag komen kijken. Vandaag was ze druk met de Trooper’s Parade. Enige weemoed deed zijn intrede. Nog een paar uurtjes, nog een paar sluizen, en dan was de tocht voorbij. Alsof de hemel ons gemoed aanvoelde werden we overvallen door een paar flinke hoosbuien, afgewisseld met flarden zonneschijn. We aten onze laatste biscuits op.  En doorweekt meerden we aan bij de laatste stop. Boten poetsen en op de wagen laden.  Een haastige douche en samen eten in het hotel. We werden uitgenodigd om te komen toeren in Nederland. En namen ons voor:

P1070913
volgend jaar weer!

Mede namens Nora, Mirjam en Marga,

Greet Kuipers

 

 

Deel deze informatie via jouw account met onderstaande knoppen...

1 gedachte over “Thamestocht 2013”

  1. Marlein van Rooij

    Het lezen van dit artikel gaf mij even een heerlijk vakantiegevoel. Dank je wel Greet.
    Marlein

Reacties zijn gesloten.

Scroll naar boven