Op zoek naar het verborgen  werk van June Goossens

Op zoek naar het verborgen werk van June Goossens

June is een roeister die inmiddels, zoals velen, bij het interieur van de vereniging hoort: ruim twaalf jaar geleden begon ze met roeien bij De Hertog. Ze deed twee keer de introductiecursus, niet vanwege gebrek aan talent, maar omdat ze net na de introductie ontdekte dat er een dochter op komst was. Zo belandde ze bij Pallas Athena: je kunt maar een beschermvrouwe kiezen voor je ploeg. Misschien niet toevallig voor iemand die wel wat wijsheid kan gebruiken: June geeft Engels op het VMBO en bereidt zo de komende generatie voor op de complexe snelle wereld. Wij roeiers laten die doorgaans even achter ons op het water.

Secret hide out
Op de vraag hoe latent haar talent eigenlijk is, verschijnt een grote glimlach op haar gezicht. Ze vertelt van het oude bejaardenhuis in Vught, dat ze grappend haar ‘secret hide out’ noemt. Ze werkt er, bijna net zo goed verstopt als de bejaarden, uit de tijd dat ze nog zo genoemd mochten worden, aan schilderijen en tekeningen op groot formaat. Er hangt niets van af, “het hoeft geen meesterwerk te worden”. Het werk is er om te genieten van het maken, van het bezig zijn met beeld en te blijven leren door te doen. Dat je je gewoon kunt afvragen “Zou ik dat kunnen?” en dan ontdekt dat dat ook nog zo is. Dat je kunt zien dat je ergens begint doordat je de ruimte hebt, er de tijd voor maakt en dan ook tevreden kunt zijn met wat je maakt. Niemand die je zegt of het is wat het zou moeten zijn, behalve jijzelf. Dat zijn de geneugten van het onzichtbaar aanwezig zijn van je talent.

Tot iemand het opmerkt natuurlijk, maar voorlopig is haar bijzondere werk nog goed verborgen in de gangen van het bejaardenhuis. Samen met haar moeder, die het atelier ernaast huurt, werkt June aan haar schilderijen en tekeningen. Sinds een jaar fietst ze elke week als het uitkomt naar het atelier, en hoewel ze zich een beetje verstopt achter het masker van de amateur, is de kunst geen onbekend terrein voor June. Ze deed kunstacademie, maar besloot al snel na de academie eerst een andere route te kiezen en zo bleef een oude liefde ook echt een liefde.

Familie
Op de vraag of lesgeven of leskrijgen fijner is, antwoord ze overtuigend: leskrijgen is een cadeautje. Lesgeven kun je plannen, uitdenken. Maar als iemand bereid is jou iets te willen leren, is dat echt bijzonder. Ze vertelt van een workshop in het Grafisch Atelier (gevestigd in de Willem Twee Fabriek). Het uitproberen van nieuwe, lastige technieken, samen met anderen, waardoor je dingen doet waaraan je anders niet begint, dat past bij June.

Zo goed als de atelierruimte niet voor de eeuwigheid is, is ook het afwisselen van activiteiten precies wat de energie geeft om alles met plezier en overtuiging te kunnen doen. Schilderen in het atelier met veel licht en groen, Ibrahim Malouf op de trompet op de achtergrond (ja, ik moest ook even naar Spotify), brengt het beste in haar boven. Zeker omdat zo’n eigen plek de kans biedt lekker met stinkverf te werken, te knoeien en te viezeriken: met inkt, krijt en olieverf dus. Maar ook het werken met het subtiele potlood op groot formaat is fijn: “het heeft iets van de kwaliteit van borduren.”

Soms mag dochter Dores mee, maar meedoen is dan wel het devies en zo wordt het een kleine familie-aangelegenheid met oma in het atelier
ernaast. Ook op de roeivereniging is de familie overigens niet ver weg: vader Eugène is Midweker en huismeester en broer Tippe roeit sinds jaar en dag in Zaterd8. Wie weet wordt het nog wel eens een mooie gelegenheidscombi voor de Head, want bij het kiezen tussen Head en Bossche Sprint bleek dat elk geweldig voornemen om de Head te roeien de afgelopen twaalf jaar niet tot deelname heeft geleid. En zo blijft er gelukkig altijd iets te wensen over.

Gesloten afdeling
Haar atelier bevindt zich, ironisch genoeg, in de ruimte waar in de hoogtij­dagen van het bejaardenhuis de gesloten afdeling was. Wie vergat en vergeten werd, zat hier. Junes moeder heeft de opvatting dat op deze plek dingen gemaakt kunnen worden die niet op een andere plek gemaakt kunnen worden. Daarom schildert en tekent June nu vooral oude dames en heren, mensen die in het huis geleefd en gewoond zouden kunnen hebben. Mensen die op deze afdeling misschien hun laatste dagen sleten. Hun namen staan nog op de kasten in de oude badkamers en als je bedenkt dat zij hetzelfde uitzicht hadden, dezelfde vogels op het balkon en de eekhoorns voor de deur hadden, dan brengt dat hen ineens heel dichtbij. Zelfs ondanks een heel ander vooruitzicht en een andere blik op het leven.

Voltooid, dat woord krijgt in deze context ineens een vreemde lading, maar voor een kunstwerk is het net als met leven: wanneer weet je dat het voltooid is? “Het is een gevoel, een lastig ding,” zegt June. “Te vroeg stoppen, dan is het nog niet klaar, of rijp, het is net koken. Snotgare schilderijen zijn niet lekker.”

Hoe lang June haar talent nog verborgen weet te houden is maar de vraag: eind van het jaar wordt het bejaardenhuis gesloopt en moet het werk de gesloten afdeling verlaten. Ik zou het goed in de gaten houden, want het werk zou daglicht en publiek wel eens veel beter kunnen verdragen dan June nu wil.

Renske van Dillen