Roei-instructeur en coaches

Roei-instructeur en coaches

Karin de Bruin en Tim Kievits zijn allebei nog in opleiding voor roei-instructeur 2, wat door de Koninklijke Nederlandse Roeibond wordt gegeven. Zij, en nog zeven andere leden van de Hertog, hebben in het najaar in twee maanden tijd het theoriegedeelte van de opleiding gevolgd met daarbij twee praktijkdagen. Ze verwachten echter dat hun persoonlijk opleidingstraject in de praktijk tot medio 2019 duurt.

Kwaliteit verhogen van het coachniveau
In de coachcommissie zitten Bas, Janneke, Mike, Tim en er zijn nog een aantal adviseurs, zoals Cor, Oda en Joost. De vraag die in deze commissie is gesteld is: Wat kunnen we nu doen om het coachniveau omhoog te brengen? Coachen is echt meer dan het zelf leuk vinden om te coachen en een goede relatie met je team opbouwen. Bovendien zijn er een heleboel ploegen nog zonder coach, dus daar moest ook iets voor gebeuren.

Er was sowieso al structuur binnen de verenging in het coachsysteem, gedragen door een aantal personen die hier over de jaren heen al veel in geïnvesteerd hebben. Er is o.a. voldoende bemensing nodig en een concrete invulling van de plannen in de praktijk, om het coachen kwalitatief goed te laten verlopen.

Binnen de commissie is er gekeken naar wat er al is en wat er nog ontbreekt naast de bestaande structuur. Zo was er al een ‘coach de coach programma’, maar dat werd onvoldoende ingevuld. Dat is jammer, want nieuwe coaches kunnen natuurlijk veel opsteken van coaches die er al jaren zijn en een opleiding hebben genoten. Er wordt nu gezocht naar een opzet waarbij seniorcoaches, coaches in opleiding begeleiden. De bedoeling is, dat er meer een coach-kader komt binnen de verenging. De mensen die nu roei-instructeur 3 volgen gaan in principe dit kader helpen neerzetten. Een kader waarbinnen je blijft opleiden kan helpen, om onafhankelijk van de mensen die in en uit de coaching-commissie stappen, dezelfde kwaliteit te waarborgen. Je krijgt meer coaches die weten hoe ze met elkaar op dezelfde manier goed coachen. Zo behoor je als coach te weten hoe de Nederlands roeihaal gaat en hoe je dit kunt instrueren. Met een goed kader bouw je meer een coach-traditie op, waarin continue wordt opgeleid.

Coachen van de introleden
Janneke pakt dit jaar al het begeleiden van de coaches in opleiding bij de introductiecursus op. Het is belangrijk dat roeiers niet zomaar trucjes worden aangeleerd, maar veel meer met de Nederlandse roeihaal in het achterhoofd worden getraind. Het is weinig zinvol de coaches in opleiding zo maar met introploegen en introprogramma op pad te sturen. Al improviserend kwam het gelukkig meestal toch wel goed, maar het is zonde van de motivatie, de opleiding en de kennisopbouw van de coaches in opleiding. Het niveau van introcoaches is daarbij wisselend en dus is het ook wisselend welke instructies er vanaf de kant worden gegeven. Niet altijd werd het introprogramma met opbouw ook daadwerkelijk gevolgd. Dat maakt het coachen en het trainen van beginnende roeiers wat rommelig.

Het verschil tussen coaches en instructeurs
De roeibond maakt hier het volgende onderscheid in:
Je hebt als coach een ploeg die meedoet met Nationale wedstrijden 1000 meter of 2000 meter en een coach begeleidt dan deze ploeg en bereidt ze voor op de wedstrijden. Een coach focust zich meer op het begeleiden bij conditietraining en stelt hiervoor een trainingsprogramma op.
Als roei-instructeur ben je bezig met individuele techniek en een team op orde krijgen, maar niet zozeer een ploeg voorbereiden op een wedstrijd.

Bij de Hertog noemen we het gewoon coach A, B en C en dat wordt voorlopig ook zo gehandhaafd. Binnen de vereniging is dat gekoppeld aan ons roei-examensysteem.

In het kort uitgelegd:

  • Roei-instructeur 1 is handen aan de boot, dat is heel eenvoudig: hoe draag je een boot naar buiten en hoe leg je een boot in het water etc.?
  • Roei-instructeur 2 gaat veel meer over “hoe zit de Nederlandse roeihaal in elkaar?” Hoe zit de boot in elkaar, techniek de ins en outs en begeleiding van roeiers. Een aantal jaren terug is deze stof door Marjolein als interne opleiding georganiseerd, waarmee ook al de kwaliteit van de coaches is verhoogd.
  • Het boekje wat in de interne opleidingen is gebruikt: “ROEREN, JONG AAN DE SLAG” van Marjolein Rekers, is dit najaar ook gebruikt door de KNRB in de opleiding tot roei-instructeur 2.
  • Roei-instructeur 3, dit wordt nu gevolgd door Cor, Gert en Lex, gaat meer over begeleiding van coaches, het opzetten van een coach-kader en bijvoorbeeld een team naar een wedstrijd toe begeleiden. Zij zijn straks ook een seniorcoach van de vereniging.

Er is blijkbaar een grote overlap in een deel van de lesstof van de opleiding tot Roei- instructeur 2 en de opleiding tot roeicoach 2. De deelnemers van de opleiding Roei-instructeur 2 hebben aan de bond gevraagd wat er nog extra nodig is om Roeicoach 2 te halen en later dit jaar zal er de mogelijkheid zijn om versneld ook de Roeicoach 2 opleiding af te ronden. En naar alle waarschijnlijkheid wordt er nog dit voorjaar een aanvulling gegeven zodat de Roei-instructeur 2 ook de opleiding Roei-coach 2 kan gaan behalen. Uniek, wat de KNRB heeft dit maatwerk nog nooit gedaan!

Roei-instructeur – 2: de opleiding
De opleiding duurde drie maanden (okt-dec 2018), waarin een aantal theoretische lessen werden gegeven en er ook twee praktijkdagen volgden. Er zijn ook veel filmpjes bekeken en dan kwam er een gesprek op gang, wat zien we nu en wat is daar goed aan en wat niet? En vooral, wat willen we zien en hoe verwoord je dit vervolgens als coach? Wat doe je dan, wat laat je dan? Zo’n gesprek is erg belangrijk. Je merkt dan dat je ook anders naar iets kunt kijken. Soms zeg je het als coach helemaal verkeerd als je een ploeg instrueert. Je gebruikt soms woorden en begrippen vanuit je eigen lichaamsbesef, waarvan je denkt dat het wel duidelijk is, maar dan blijkt dit niet altijd het geval te zijn. Tijdens het bekijken van de filmpjes stem je zo met elkaar af.

Daarnaast is er nog een opdrachtenmap met praktische opdrachten waar iedere instructeur in opleiding aan werkt. Bijvoorbeeld: een nulmeting doen in een training, hier een analyse op loslaten en een paar maanden later opnieuw de meting bij hetzelfde team afnemen. Een team door een examen heen brengen, iets voor de vereniging organiseren, er is een meefiets stage etc. De opdrachten mogen worden uitgesmeerd tot en met mei. De meeste deelnemers nemen de tijd voor deze praktische opdrachten omdat ze deze opdrachten kwalitatief goed willen uitvoeren. Dit doen ze liever dan de opdrachten te snel afronden.

Iedere deelnemer heeft ook voor zichzelf een praktijk-ondersteuner gekozen; dit zijn de seniorcoaches van de vereniging: de coaches binnen De Hertog die al meer ervaring hebben met coachen en meestal ook een opleiding hebben gevolgd. Al deze opdrachten worden proeven van bekwaamheid genoemd. Binnen de vereniging is er een lijst met namen samengesteld van mensen die deze proeven beoordelen. Dit is afgestemd met de Roeibond.

Leerrendement
Karin geeft aan dat ze tijdens de opleiding over het roeien zelf niet echt nieuwe dingen heeft gehoord, maar ze leerde wel anders kijken. Je ziet de gevolgen van iets in een ploeg of bij een individu en je leert kijken naar wat is nu de oorzaak van de symptomen die je ziet? Dat is best wel lastig. Je moet een soort terugschakelen. Je moet het analyseren, wat is nu de echte oorzaak en wat is het gevolg? En hoe kun je dit voor de hele ploeg beter maken? Want wat is nu ploeg-gericht aan je coaching en wat is nu individu -gericht?

Tim aan het coachen

Voor Tim was het ook belangrijk, dat hij met zijn woorden of begrippen die hij gebruikte tijdens het coachen soms andere bedoelingen had, dan wat er werd begrepen door de roeiers. Hij leerde met èn van de andere deelnemers en praktijkcoach, hoe je dat met coachtaal voor elkaar krijgt. Wat wil je graag terugzien in de boot? Wanneer zeg je dan wat?

Wat merkt jullie ploeg hier nu al van?
In een training neem je als coach natuurlijk altijd je eigen persoonlijkheid mee. Vaak wil je als coach te veel in een training. We hebben meer leren focussen op één algemeen doel tijdens een training. Bijvoorbeeld: de boot vloeiender door laten lopen of coachen op een aanzwellende haal. Daarnaast bijvoorbeeld per roeier op één individueel verbeterpunt laten focussen per training. Je leert meer focussen op: wat zie ik, hoe gaan we daar wat aan doen? Vervolgens is het soms belangrijk om dit dan een aantal trainingen te herhalen.

Karin geeft aan, dat ze ook regelmatig feedback vraagt aan de roeiers en daar ook weer van leert. Bijvoorbeeld: ik vond het deze keer wel veel informatie die we kregen. Tim geeft aan dat hij wel feedback vraagt, maar van tevoren ook wel een plan heeft wat hij wil aanleren bij de roeiers. Hij weet ook wel goed welke bewegingspatronen de individuen hebben en probeert daarop te coachen. Tim is ook gestimuleerd in meer roeiend de oplossingen te realiseren en de boot minder stil te leggen. Dit wordt ook herkend door de roeiers.

Conclusie
Kortom, het is een prima opleiding en Erik-Jan ook een goede docent. De deelnemers die nu de opleiding volgen, hebben echt de intentie en het doel om hun kwaliteiten als coach te vergroten.

Het resultaat van de ploeg blijft natuurlijk altijd een samenspel tussen de coach, de roeiers en de persoonlijke en fysieke ambities en mogelijkheden.

Eigenlijk was een uur praten met elkaar veel te kort om alle leuke en zinvolle aspecten van het coach-zijn onder de loep te nemen. Mocht je als ervaren roeier de vrijwilligerstaak als coach op je willen nemen, meld je dan aan bij de coachcommissie of bij de Roeibond voor één van de opleidingen. Het is mijns inziens een bijzonder interessante invulling van de vrijwilligerstaak.

Imre Giesselbach