De Paul Veenemansprijs is de natte droom van de multisporter
Een wedstrijd over twee dagen in het najaar (vandaar dat natte) waarin vier verschillende sporten worden beoefend. Een vernuftige formule zorgt ervoor dat de uitslagen bij elkaar opgeteld kunnen worden en een uiteindelijke winnaar uit de hoge hoed rolt. Dat dit een wedstrijd is die hoog wordt aangeslagen, is te zien aan het deelnemersveld dat naast fanatieke amateurs bestaat uit roeiers van WK-niveau. Getuige ook de latere winnaars bij heren (Mitchel Steenman), dames (Rianne Sigmond) en de heren veteranen (Gerard Egelmeers). Als deze namen je niets zeggen raad ik je aan ze eens te googelen. De vier sporten in kwestie zijn (in volgorde van de wedstrijd van dit jaar): hardlopen, schaatsen, fietsen en roeien. Iedere deelnemer moet aan minstens 3 sporten meedoen, waarbij roeien verplicht is. Eén van de andere sporten kun je dus laten schieten. Hier een verslag van de wedstrijd van dit jaar, geschreven door Yorick.
Wachten op hardlopen
Na vorig jaar het hardlopen te hebben overgeslagen, besluit ik om dit jaar aan alle sporten mee te doen (uiteindelijk doen nog 6 van de in totaal 73 deelnemers dit). Met hardlopen als eerste (en minst favoriete) onderdeel op het programma toog ik aldus op zaterdagochtend met frisse tegenzin naar Eindhoven. Je wilt natuurlijk niet te laat zijn voor de instructies, dus ben ik op tijd bij de roeivereniging en is het nog even wachten tot de bespreking begint. Gelukkig is de echte ‘Paul Veenemanssfeer’ al aanwezig onder de deelnemers (relaxed, licht zenuwachtig, bloedfanatiek). Na de voorbespreking gaan we warmlopen, ik nog steeds met de enigszins fatalistische instelling dat hardlopen niet m’n ding is en het dus geen probleem vind hier niet al te best te presteren. Na het warmlopen is het wachten op de start. De dames en heren senioren mogen eerst van start, gevolgd door de heren veteranen en tot slot de dames veteranen en de junioren. De deelnemers staan stijf van de adrenaline, dus als het startsignaal klinkt sprinten ze er vandoor. Daar mijn adrenalinepeil al niet al te hoog was gezien mijn instelling kan ik het veld mooi van achteren overzien. Ik kom gelukkig in een lekker ritme van ongeveer 14km/u dat ik goed kan volhouden en me in staat stelt om de eerste overmoedigen al ras te achterhalen. Rond de eerste kilometer komen de snelle jongens junioren me voorbijgelopen en beleefd moedig ik Peter aan als hij me een stoïcijnse blik waardig keurt en vervolgens voorbij loopt. Helaas voor hem verdwijnt die stoïcijnse blik in de volgende kilometer in een gepijnigde en kan ik hem weer inhalen. Ik roep hem toe achter me te gaan lopen (dit mag eigenlijk niet, maar wat kan mij het schelen) om zich aan me op te trekken. Dit lukt hem redelijk tot ongeveer halverwege, waar ik beslis dat er nog wel wat meer snelheid in mijn ranke benen schuilt en iets aanzet. Dit ook met het oog op Jan-Willem die wat enthousiast van start is gegaan maar langzaamaan zwart brood moet eten. Met de gedachte dat de laatsten de eersten zullen zijn zet ik de achtervolging in en inderdaad, in de laatste kilometer kan ik Jan-Willem voorbij snellen. Om niet in de eindsprint op mijn nummer te worden gezet, besluit ik hem niet te lang van mijn kielzog te laten profiteren en laat hem de hielen zien. Mijn eigen eindsprint spreekt tot de verbeelding en smaakt naar meer, na de finish letterlijk vooral zuur en figuurlijk erg zoet.
Met dit zoet in gedachten begint het wachten op de start van het volgende nummer, schaatsen, gehouden in het ijssportcentrum van Eindhoven. Omdat er een paar uur tussen zit kunnen we uitgebreid napraten over het hardlopen, maar omdat ik de enige deelnemer namens de Hertog ben aan dit onderdeel, laten Leander, Peter, Rinske en Jan-Willem hun wegen van de mijne scheiden. De uurtjes wachten breng ik door met eten, naar de ijsbaan rijden en een tukkie doen in de auto. Van twee van deze drie zaken kikker ik op en na de schaatsen ondergebonden te hebben rijd ik enkele rondjes warm. Omdat ik nog slechts twee keer heb geschaatst dit jaar en er 12 ronden op het programma staan (ong. 4300m.) maak ik me enigszins zorgen over de verzuring. Een andere zorg is de start (want staand) en daar heb ik mij nog niet op toegelegd. Geheel volgens verwachting verpruts ik deze dan ook door op wonderlijke wijze met mijn klapschaats in het ijs te blijven haken. Gelukkig blijf ik overeind en kan ik meteen aan mijn favoriete onderdeel van het schaatsen beginnen: de bocht. Over de bocht kan ik boeken vol schrijven, maar gezien het epistel dat ik hier al heb geproduceerd laat ik dat achterwege. Mijn bochten lopen echter als een zonnetje en de eerste 6 ronden gaan redelijk goed, tot de verzuring begint toe te slaan. Op het tandvlees volbreng ik de volgende 3 ronden waarbij de rondetijden oplopen. Hierna weet ik ‘door de verzuring’ heen te trappen (heerlijk schaatscliché) en kan ik nog wat versnellen. Uiteindelijk ben ik zeer tevreden en ga ik met een 6e plek in het klassement na dag 1 over naar dag 2.
Dag 2 begint vroeg; om 8 uur worden we al ontvangen in Eindhoven. De schaatsen blijven thuis achter en de racefiets gaat mee op de auto. Het is een half uurtje wachten in Eindhoven op de briefing, maar de sfeer is nog steeds aanwezig en heeft gezelschap gekregen van vermoeidheid en pijn. Na de briefing pakken we snel de fiets voor een verkenning van het parcours. De wedstrijd gaat over twee rondjes van ongeveer 5 kilometer. Het is inmiddels droog, maar het parcours is wel nat. Oppassen geblazen dus. Er wordt gereden in drie blokken en ik heb de eer om als eerste van het tweede blok te mogen starten. Omdat ik weet dat er mensen zijn met triathlon- of tijdritfietsen vrees ik dat dit betekent dat ik vooral het lijdend voorwerp van inhaalacties zal zijn als deze plaats zullen vinden. Om niet als een volslagen idioot voor de dag te komen besluit ik zo hard mogelijk van start te gaan en te zien waar het schip strandt, in de hoop dat dit na de race is. Ik wil in ieder geval Jan-Willem achter me houden die meteen na mij zal starten. Het startsignaal klinkt en ik sprint uit de blokken. Na een paar honderd meter zie ik 43 km/u op de teller staan en hoewel het wind mee is, wordt dat toch wat te gortig. Ik bind in naar 39 km/u en dat voelt goed. Ondertussen nog niet ingehaald en na 2 km komt de eerste bocht. Als ik over mijn schouder kijk zie ik nog niemand naderen, dus dat gaat goed. Ook in de volgende kilometers zie ik niemand achter me en dat komt de moraal ten goede. Met wind tegen loopt de snelheid wel terug naar 33 km/u en doet de inspanning van de dag ervoor zich voelen. Na het eerste rondje wordt ik ingehaald en inderdaad: triathlonfiets. Ik denk: EPO? Bloedtransfusie? Is er eigenlijk dopingcontrole na het fietsen? Maar ik besluit geen kwakken uit te delen en omdat stayeren ook verboden is rijd ik in eigen tempo door. Dit tempo ligt in het tweede rondje wel iets lager, maar dat geldt blijkbaar voor iedereen, want op die ene tegenstander na zie ik verder niemand achter me. Na een meer dan fatsoenlijke eindsprint kom ik over de finish. Na deze inspanning zit ik om met Maarten Ducrot te spreken ondersteboven op mijn fiets om mijn moeder te roepen. Toch voel ik me zeer content met de geleverde prestatie en na mezelf binnenstebuiten te hebben gehoest kan ik weer lachen.

Wachten op roeien
Nog één onderdeel te gaan en ik sta er goed voor in het klassement: 26e! In afwachting van het roeien is het devies min of meer hetzelfde als gisteren: eten, rusten en het materiaal klaarmaken. Het roeien is 3,5 km, gelijk aan de eerste 3,5 km van de Beatrix Winterrace. Dit betekent 7 kilometer oproeien en dan rondmaken voor de start. Na gepiel met de hoogte van de dol (tijdens het oproeien) kom ik bij de voorstart. Het wachten bij het roeien duurt lang en het is vrij koud door een fris windje. Gelukkig schijnt de zon. Ik heb geen flauw idee hoe het zal gaan want ik zat er tijdens het oproeien redelijk doorheen. De benen doen zeer, ik ben fysiek en mentaal moe. Hoe ga ik die laatste 3,5 kilometer het gevecht met mezelf nog aankunnen? Tijdens het oproeien doe ik twee opzetjes die met moeite op tempo 26 uitkomen. Niet om over naar huis te schrijven. Ik besluit dat ik in ieder geval Jan-Willem wil voorblijven (die start weer achter me). En als degene die achter Jan-Willem start aan hem vraagt of hij een beetje door kan roeien besluit ik dat ik die ook wil voorblijven. Blaaskaak (zo denk je op dat moment dan, buiten de wedstrijd om is hij eigenlijk best aardig). Uiteindelijk wordt er dan gestart. Er zit ruim 20 seconden tussen iedere roeier, dus veel ingehaald wordt er waarschijnlijk niet. Het kleine beetje adrenaline dat ik nog heb drijft mijn tempo na de start op naar 32. Wellicht wat teveel bravoure, maar wel net wat ik nodig heb om over het dode punt heen te komen. De moraal is er weer helemaal en het tempo zakt niet onder 28! Jan-Willem blijf ik ruim voor, evenals degene achter hem. Ik haal zelfs langzaam mijn tegenstander voor me in en dat werkt als een rode lap. Ik kan hem uiteindelijk niet voorbij, maar heb in ieder geval harder geroeid! Compleet leeggeroeid moet er dan nog 3 kilometer worden teruggeroeid naar de roeivereniging. Op een uitstapje in wat struikgewas na gaat dit best goed en kom ik heelhuids terug aan. Het wachten op de prijsuitreiking begint, maar ook wachten went en inmiddels hebben we ervaring hoe hiermee om te gaan: eten, drinken, rusten… Het is kortom erg gezellig! Uiteindelijk ben ik erg tevreden met het resultaat: 25e overall van de 73 deelnemers, 11e van 28 heren veteranen, 3e heren veteranen A en, heel prestigieus natuurlijk: snelste van de Hertog (op alle onderdelen). Peter wordt 39e overall, Jan-Willem 47e, Rinske 53e en Leander 58e. Rinske is hiermee snelste bij dames veteranen B.
De Paul Veenemansprijs
Wat mij betreft een unieke wedstrijd met karakter, volgend jaar georganiseerd door Michiel de Ruyter in Uithoorn. Ben jij erbij?
Yorick Desmense


