Kadewand draaiorgel muziekboek

Over het van nature zo rustige water waarop wij roeien, het is een stromende rivier die dwars door de stad trekt, knalt sinds enkele maanden het beitelend staccato van pneumatische sloophamers. Een schel concert met de scherpte van hard aangeblazen piccolo’s priemt in de trommelvliezen. Oorverdovende paukenslagen van werklui die in het voorkeursdialect van de streek communiceren: nul of negentig decibel. 

Dreunende bassen van dieselaggregaten die hoog boven de instrumenten diep beneden aandrijven. Geweld dat kaatst tegen wallen en wanden, golft tegen brug en behuizing en je wat betreft geluidsoriëntatie op het verkeerde been zet. De partituur van dit kabaalconcert uitgehakt in de muren langs de stroom. 

De kademuren zijn dus aan restauratie toe. De ambachtslieden staan op steigers die omhooggetrokken zijn op de smalle landstrook tussen muur en water. Voegen worden leeg geschraapt, stenen worden betikt en beluisterd, scheuren worden onderzocht en ingeschat. Wat aan sloop toe is wordt weggehakt en uitgebikt. Soms moet er diep ingegrepen worden en verdwijnen bakstenen, enkele of hele rijen uit de achteroverleunende muren.

En ondanks al dit geraas en rumoer, geschal en stampei zie ik steeds muziek waar ik aan voorbijroei. In het bijzonder orgelmuziek of eigenlijk bedoel ik draaiorgelmuziek. Die kan ook zo verduiveld knetteren en als je moe bent, jengelen. Maar met een zonnetje erbij, tegen de historische achtergrond van een stad met een waardige inborst, maakt het blij en vanbinnen dansend. Het is natuurlijk een verdiending en dus bedelt de uitbater met zijn centenbak. 

Je kunt hem geen orgeldraaier meer noemen, want achterop het pierement wordt het echte werk gedaan door een ratelende tweetakter die blauwe dampen uitblaast. 

Draaiorgel? Kadewanden? Ik hoor je denken hoe krijg je dat nou aan elkaar gepraat. Nou heel moeilijk is dat niet. Bezoek het museum Speelklok eens, voorheen Van Speelklok tot Pierement. Een superleuk museumpje waarin automatisch draaiende muziekinstrumenten staan die het nog steeds doen. Technische wondertjes van vernuft. Draaiorgels, zoals ze te vinden zijn in ons straatbeeld, die hun smartlappen en ballades uitschreeuwen. Ook pianola’s, speeldozen en andere knutselorkesten kun je daar in al hun uitbundigheid beleven. 

Wat mij intrigeert is hoe zo’n hoog opgetrokken en veelkleurige muziekkar zo uitbundig tekeer kan gaan. Er komt geen muzikant aan te pas. Vroeger zag ik de draaiorgelmeester wel een of ander boek in de kwijldraderige jankerd leggen, waarvan hij de eerste pagina naar binnen moest voeren. Het hoe en waarom werd me pas duidelijk in het museum Speelklok. 

Zo’n geperforeerd orgelboek, vergelijk het met een ponskaart voor de ouwetjes onder ons, is een pienter gefabriceerd notenschrift. Je kent het vast wel: gelig karton met daarin op allerlei plaatsen rechthoekige gaten en sleuven. Het draaiorgel zuigt de melodie op en gaat vervolgens uit zijn dak. De gaten laten lucht toe die zijn weg vindt naar de aansturing van het desbetreffende knetter- en tetter-instrument. Ik zou niet weten hoe ik zo’n draaiorgelboek zou kunnen maken of hoe het gemaakt wordt, maar daar zit natuurlijk een uitgekiend systeem achter. 

De kademuur waar we vaak langs roeien, ik begon er dit verhaaltje mee, die muur dus, die al maanden wordt gecontroleerd en opengemaakt, doet me denken aan zo’n draaiorgelboek. Gaten op allerlei plaatsen, kort en lang, net echt zou ik haast zeggen. Het lijkt me superinteressant om dat uitgebikte patroon van gaten en sleuven in die kademuur te transponeren naar zo’n draaiorgelboek. Wat zou er dan voor geluid uitkomen? 

Eerlijk gezegd denk ik dat het gedachtenexperiment uitdagender is dan wat er aan klanken geproduceerd zal gaan worden. Ik vrees dat dat concert, waar ik zo hoopvol naar uitkijk, een instrumentale muziekvertolking zal zijn van die ongekende rommelherrie die daar nu aan de kade plaatsvindt. In kunstenaarskringen zal het misschien op een warme ontvangst kunnen rekenen vanwege de sprankelende creativiteit en grandioze originaliteit. Voor de gewone Jean met de roeipet zoals ik, voorzie ik dat het niet om aan te horen zal zijn.

Michiel H. Koops

Deel deze informatie via jouw account met onderstaande knoppen...
Scroll naar boven