Roeiwater en stroming

op 13 juli 2012
Geschreven door Websitebeheerder

Het vaarwater in 's-Hertogenbosch wordt gedeeld met andere schepen, dit geldt vooral op de Dieze en de Ertveldplas. Ook op de Dommel en de Aa kan plotseling de rondvaartboot van Wolthuis, een vissersbootje of een andere kleine boot opduiken. Ook vissers oefenen hun liefhebberij uit op en langs hetzelfde water.

Houd bij binnenvaartschepen rekening met een dode hoek van 500 meter.
Sinds de oprichting van de Raad voor de Transportveiligheid (RvTV) in 1999 hebben reeds 62 zichtgerelateerde ongevallen met binnenvaartschepen plaatsgevonden, die alle door de RvTV zijn onderzocht. Bij het ontstaan van al deze ongevallen heeft onvoldoende zicht door de (te grote) dode hoek een belangrijke rol gespeeld.

Dode hoek beroepsvaartUit het onderzoek is tevens gebleken dat schippers eigenlijk niet in staat zijn om hun dode hoek in te schatten, er is bijna altijd sprake van een (grote) onderschatting.

Een roeiboot die in de dode hoek terechtkomt wordt niet gezien. Schrikreacties van schippers en zelfs aanvaringen kunnen het gevolg zijn. Wijk daarom bij het naderen van een binnenvaarder altijd direct uit en ga niet voor het schip rondmaken.

Pleziervaartschippers hebben de neiging om uitgebreid van de omgeving te genieten. Het uitkijken, stuurboordwal houden en rechtuit varen schiet er dan wel eens bij in. Kijk in ongestuurde nummers regelmatig om, wijk uit en geef zo nodig een schreeuw. Er zijn pleziervaarders die weinig oog hebben voor de gevolgen van hun gedrag, bijvoorbeeld geen rekening houden met de golven die ze trekken.

Tussen de spoorbrug en de binnenstad is het zicht beperkt. Hier moet je extra goed opletten en goed stuurboordwal aan houden, daarnaast gelden er regels i.v.m. scheepvaartverkeer (lees alle vaarregels: Roeien / Vaarregels):

  • Bij de Diezebrug (Orthenseweg) geldt in zuidelijke richting (stad in) een vaarverbod voor het middelste (het smalle) bruggat.
  • Bij het varen van de Aa naar de Dommel moet eerst aan stuurboordoever (zijde Gamma) richting spoorbrug gevaren worden tot ten minste het gele bord met een hoofdletter K ter hoogte van de Gamma, pas daar mag worden rondgemaakt en overgestoken.


Aa

Dit is mooi, vrijwel altijd rustig roeiwater ca. 4 km van het vlot tot aan de A2. Sinds de A2 verbreed is, kunnen we hier nog 500 meter doorvaren tot het einde van de plas (Zandvang). Het is niet mogelijk om rechts achterin door te varen op de Aa, vanwege een balk in het water, die permanent lijkt te zijn.


Na de A2 kan je direct rechts (dus helemaal aan het begin van de plas) nog 700 m. doorvaren parallel aan de A2 en bedrijventerrein de Brand. Meefietsen is hier mogelijk maar wel heel hobbelig (eerst fietsbrug over).
Langs de Citadel, bijv. bij de punt van het vlot en bij de Munteltuinen en het Muntelbolwerk zitten scherpe bochten in het water die, zeker bij sterke stroming, lastig te nemen zijn. Tussen de punten van de Citadel zijn forse zandbanken afgezet in periodes van hoogwater. Vermijdt die zoveel mogelijk, je kunt aan de grond komen te zitten.
Een roeiboot die stroomafwaarts vaart heeft voorrang op een andere roeiboot bij een nauwe doorgang.

Vissers op de Aa
Van begin oktober tot eind april bevinden zich zaterdag van 9.00 tot 12.30 uur vissers ten oosten van de J.F. Kennedybrug. Om elkaar niet ‘in het vaarwater te zitten’ zijn afspraken gemaakt. Dat betekent dat er op zaterdagochtend door vieren op de Aa vanaf de Kennedybrug alleen gecoacht mag worden gevaren, of in skiffen en tweetjes. Door achten en ongecoachte vieren kan er alleen op ander water worden geroeid.
Samengevat betekent dit:
• zaterdagochtend bij vieren altijd een coach op de kant
• de 8+ mag op zaterdagochtend niet de Aa op
• bij de vissers niet gaan stilliggen voor oefeningen of overleg, of andere ploegen hinderen met inhalen
• zover mogelijk van de vissers vandaan roeien, maar wel zodanig dat tegenliggers veilig kunnen passeren
• de beperkingen gelden van begin oktober tot eind april tot 12.30 uur. 

Beperking geluidsoverlast Acaciasingel
Om (geluids)overlast te voorkomen zijn met de bewoners van de Acaciasingel de volgende afspraken gemaakt (sinds okt 2013), welke aansluiten bij de reeds gemaakte afspraken met de vissers:
• Niet vanaf de kant coachen tussen de Acacia- en de Kennedybrug, tenzij een portofoon wordt gebruikt.
• Vermijd het hondenuitlaatpad tussen deze bruggen en fiets dus op de gewone weg.
• Ga niet stilliggen tussen de beide bruggen.
• Vermijd onnodig geschreeuw door stuur en roeiers in dit traject.

Zie ook bij huisregels onder Vereniging / Reglementen.


Dommel

Ook de Dommel is mooi roeien, ca. 2 km van de Citadel tot de kom met aanlegsteiger. In 2009 is een ecologische verbindingszone gerealiseerd waarbij de kaarsrechte lijn van de Stadsdommel is veranderd in een meanderend en speels water, d.m.v. de aanleg van eilandjes.
Onder de Vughterbrug (tegenover Essent) ligt een stuw. In verband met stroming naar de overstort en het ruwe beton van de stuw, mag je nooit de stuw zelf gebruiken om aan te leggen.
Naast de uitstroom van de vistrap ligt een aanlegsteiger, hier kun je de boot uit het water halen en onder de brug doordragen.

De stuw bij Essent

Bij hoog water is de steiger onbereikbaar en bij stroming (na flinke regenval) is het onmogelijk om hier veilig rond te maken. Houdt hier van tevoren rekening mee.

Achter de brug (tegenover Chalet Royal) is een beschoeiing waar je het water weer op kunt (met dank aan de waterschap De Dommel). Je kunt nu zo’n acht km verder over de Dommel varen tot de stuw in St. Michielsgestel.

Zowel bij Chalet Royal als kort voor Halder kunnen drijfbalken in het water liggen tegen o.a. waternavel (woekerplant). Doe navraag over de stand van zaken bij de commissie toerroeien. Met enige voorzichtigheid kan de opening in de drijfbalk gepasseerd worden, door kleine nummers als skiff en gladde 2. De Dommel heeft wat verbredingen die ondiep zijn, met name na de A2 (tweede viaduct) aan stuurboord.

Dommel voortaan vrij bevaarbaar voor roeiboten
In het verleden was ontheffing nodig om te mogen varen op de Dommel. Sinds april 2011 heeft het Waterschap het vaarverbod opgeheven. Tevens zal de Gemeente 's Hertogenbosch i.s.m. Waterschap de Dommel de aanlegsteiger vernieuwen en verbeteren. Ook de instapplaats aan de Chalet Royal-zijde zal worden opgeknapt.


Drongelens Kanaal

Bij de Essent begint het Drongelens kanaal. Hier kunnen en mogen we niet varen, ook niet bij hoog water. Door de aanleg van de rondweg Den Bosch is het onmogelijk geworden om het Drongelens kanaal als vaarwater te gebruiken. Let op: bij het begin van het Drongelens kanaal staan paaltjes vlak onder de waterlijn; blijf hier uit de buurt!

Het Afwateringskanaal naar Drongelen met de nieuwe randweg


(gekanaliseerde) Dieze

De Dieze komt uit op de Ertveldplas, waarna hij verder gaat naar de Maas.. Het open water van de Ertveldplas heeft al golven bij betrekkelijk geringe wind. Het stuk daarna heeft nogal wat scheepvaart en steile oevers waardoor het water vaak onrustig is (de “klotsbak”). In Engelen splitst de Dieze zich in het Henriëttekanaal (bakboord) en de Oude Dieze (stuurboord). Via het Henriëttekanaal bereik je de sluis waar toerroeiers geschut kunnen worden naar de Maas.
De Oude Dieze is rustig water, ongeveer 1400 meter tot aan de stuw bij Crèvecoeur. Blijf uit de buurt van deze stuw, je mag niet verder dan het bord “verboden voor roeiboten” ca. 400 meter voor de stuw!

Bij voorkeur binnen 40 meter van de wal varen op de Ertveldplas (en Zandvang (einde Aa)), het midden dient gemeden te worden, in de winter (1 november - 1 april) is het voor onervaren roeiers (dus S1/S2) niet toegestaan op de Ertveldplas (en Zandvang (einde Aa)) te skiffen. In verband met het tillen van boten en uit oogpunt van veiligheid op het water, verdient het sterk de voorkeur om niet alleen te gaan skiffen. Lees ook over het gebruik van zwem- & reddingsvesten



De ingang van de ‘klotsbak’ gezien vanaf de A59.


Zuid-Willemsvaart

Sinds de opening van het Maximakanaal is het toegestaan te roeien op de Zuid-Willemsvaart ten zuiden van de brug van de Citadellaan, behalve voor de 8+, maar let op: het water is smal, elkaar passeren dient slippend te gebeuren. Tijdens het draaien van Sluis 0 wordt het roeien sterk afgeraden. Bedieningstijden Sluis 0 zijn woensdag, vrijdag en zondag om 15.00 uur.


Stroming

De Aa en de Dommel zijn riviertjes waarin het water na veel regenval hevig kan stromen. Het sturen is dan aanzienlijk moeilijker. Niet alleen loop je kans ergens tegenaan te drijven maar je moet er ook rekening houden dat de stroming plotseling de boot opzij kan duwen zodat je ergens anders terechtkomt dan je verwacht.

Bruggen:
Houdt er rekening mee dat stroomafwaarts van een brugpijler het water nogal turbulent kan zijn. De brugpijler stuwt het water stroomopwaarts op en stroomafwaarts ontstaat er een soort kielzog. Dit kan de boot uit de koers brengen. Onder de brug kan een merkbaar hoogteverschil ontstaan.
Een roeiboot die stroomafwaarts vaart heeft voorrang op een andere roeiboot bij een nauwe doorgang.

Bochten:
Tegen de stroom in moet je zoveel mogelijk de binnenbocht houden. De stroom houdt vooral de buitenbocht aan en kan daar de boeg van de boot naar buiten duwen. Met de stroom mee helpt de stroom de boot te draaien, over het algemeen is een bocht dan met weinig problemen te nemen. Pas op dat je niet in de bocht stil gaat liggen, je zit zo tegen de kant.

Stuw bij de Vughterweg:
Vaar bij hevige stroming niet helemaal tot aan de stuw, maak ruim voor de kom rond. Bij de kom staat de stroming dwars op de Dommel en duwt je aan de kant van Essent tegen de keien. Stroomopwaarts moet je ervoor zorgen, ook bij weinig stroming, dat je aan bakboordoever vaart en dat je doorvaart tot je uit de stroming bent. De boot wordt over het algemeen twee tot drie meter opzij gezet. Laat je niet verrassen door de turbulentie en vaar gewoon door tot je weer in rustig water bent. Stroomafwaarts moet je er eveneens rekening mee houden dat je door de stroming opzij gezet wordt. Houdt daarom voldoende ruimte aan bakboord om een paar meter opzij te kunnen worden gezet.

Aanleggen: Uitgezonderd bijzondere omstandigheden moet je altijd in stroomopwaartse richting aanleggen, ook als er zeer weinig of geen stroom staat. Bij sterke stroming op een punt (ruim) voorbij het vlot mikken. Als je niet zeker bent (nog weinig ervaring en/of een moeilijk te sturen boot) dan bij voorkeur strijkend aanleggen. Een bijzondere omstandigheid waarbij je van de andere kant moet aanleggen is sterke wind terwijl er weinig of geen stroming is. In dat geval moet je tegen de wind in aanleggen.

25 TIPS VOOR ROEIEN BIJ STROMING
(maart 2016)

Algemeen:
 
1  Stromend water beweegt en een boot beweegt mee. Dit is net zo'n open deur als het lijkt maar er wordt vaak geen rekening mee gehouden. Laat je niet verrassen en zorg altijd dat je voldoende ruimte hebt om een manoeuvre uit te voeren. Vertrouw niet op je roer, daar kun je te weinig mee, zeker niet als de snelheid laag is.
 

Boot in het water leggen en wegvaren:
 
2  Leg de boot met de boeg in de stroomrichting.
 
3  Als er iemand in de buurt is laat je dan afduwen en zorg dat de boot daarbij scheef komt te liggen met de boeg het verste van het vlot af.
 
4  Zorg dat er (veel) ruimte stroomafwaarts is, zodat je de mogelijkheid hebt om weg te komen voordat je ergens tegenaan drijft.
 
5  Zodra er roeiers vrij zijn begin te halen zodat de boot tegen de stroom in gaat, laat je niet wegdrijven.
 
6  Voetenboorden stellen: dit kan alleen met veel ruimte stroomafwaarts of waar het water ongeveer stil staan, zoals tussen de punten van de Citadel
 
7  Bij sterke stroming is het meest stroomopwaartse deel van het vlot niet te gebruiken, je boot wordt direct terug naar het vlot geduwd, vaak een aantal meters stroomafwaarts. Dus als daar nog een boot ligt heb je een probleem.
 

Aankomen en aanleggen:
 
8  Altijd tegen de stroom in en met een kleine hoek of zelfs bijna evenwijdig ten opzicht van het vlot. Je hebt veel vrije ruimte nodig vanwege de kleine hoek en omdat het lastig in te schatten is waar je precies terecht komt.
 
9  Mik op een punt zover mogelijk stroomopwaarts, waarschijnlijk kom je een stuk stroomafwaarts terecht..
 
10  Als er iemand in de buurt is, laat je vanaf een veilige afstand aantrekken.
 

Bochten stroomopwaarts:
 
11  Probeer zoveel mogelijk de binnenbocht te nemen, wees wel bedacht op tegenliggers die hetzelfde idee kunnen hebben. Laat de boeg meekijken en waarschuwen.
 
12  Bedenk of er een dwarse stroming kan zijn en wees bedacht op wat er kan gebeuren.
 
13  Zorg voor een redelijke snelheid zodat de stroming snel op een groot deel van de boot aangrijpt en je kunt houden en rond maken tegen de stroming in.
 
14  Direct houden en direct rondmaken, niet eerst laten lopen. Dit vereist snelheid en kracht. Een onervaren ploeg of stuur die niet weet hoe snel te handelen moet hier wegblijven en dus niet het water op.
 

Bochten stroomafwaarts.
 
15  Omdat nu de punt van de boot door de stroom in de gewenste richting geduwd wordt, hoef je niet strak de binnenbocht te houden (botsgevaar, zie punt 12). Zorg wel voor een ruime afstand tot de oever zodat je gelegenheid heb te manoeuvreren.
 
16  Als je de bocht niet haalt, niet laten lopen maar direct houden en rond maken. Ook hier moet je snel en krachtig kunnen handelen,
 
17  Overweeg of je niet al vlak voor de bocht gedeeltelijk rond moet maken zodat je meteen weg kunt varen als de stroming je tot in de bocht gedreven heeft.
 

Bruggen en andere lastige punten:
 
18  Stroomafwaarts van een brugpijler is vaak veel turbulentie. Probeer zo goed mogelijk midden tussen de pijlers te blijven. Als je merkt dat een boord meer druk is dan aan het andere, onmiddellijk light peddle en de boot midden tussen de pijlers richten.
 
19  Zorg ruim weg te blijven van al die goedbedoelde maar in de praktijk lastige waarschuwingsbordjes. Als je er tegen aan gedrukt wordt is het heel moeilijk om weer weg te komen. Hetzelfde geldt voor het stroomopwaartse eind van ons eigen vlot.
 

Zijkanaal met stroming (A2, Vughterstuw, uitloop van Aa in Zandvang):
 
20  Passeer zo'n punt met zoveel mogelijk ruimte stroomafwaarts. Vaar stevig door zodat de koersverandering wanneer de stroming tegen de voorpunt aandrukt, gecorrigeerd wordt wanneer die tegen de achterpunt aan drukt.
 

Manoeuvreren:
 
21  Zorg dat je stroomafwaarts voldoende ruimte hebt. Als het twee minuten duurt om rond te maken en het stroomt 50 cm/sec heb je minimaal 60 meter nodig. Om dan ook nog een slok water te nemen en een jack uit te trekken komen er nog enkele tientallen meters bij.
 
22  Ga alleen stil liggen waar het echt kan en blijf er op bedacht dat je plotseling weg moet kunnen.
 

De goede punten:
 
23  75 cm/sec is een heel stevige stroming die we niet zo vaak zien. Een roeiboot vaart met 3 m/sec (10 km/uur) vier keer zo snel.
 
24  Stroming is heel voorspelbaar. Neem de moeite om op de kant of een brug te kijken hoe het water beweegt en te bedenken hoe je daar mee om moet gaan. Je zult zien dat de stroming soms onverwachte kanten uit gaat, maar het is altijd hetzelfde.
 

Ten slotte:
 
25  Als er niet zeker van bent dat je voldoende snel en krachtig kunt handelen, kijk dan eens of de ergometers deze week geen betere optie zijn.

(C) 2006-2013 Roeivereniging De Hertog 's-Hertogenbosch   | Beheerder Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.