Toertocht in The Broads

De KNRB organiseert elk jaar verschillende meerdaagse toertochten in binnen- en buitenland. Vanuit RV De Hertog gaat ook altijd wel een ploeg mee. Ditmaal kozen wij, Mirjam, Anneke, Marga en Greet, voor de tocht in The Broads in Engeland, een waterlandschap van getijdenriviertjes, veenplassen en molens in het graafschap Norfolk.

Zaterdag 9 juni troffen we de andere deelnemers in Hoek van Holland, bij de veerboot naar Harwich. Er gingen in totaal acht ploegen mee, van roeiverenigingen uit heel Nederland. Er wachtte een bus die ons naar het hotel bracht, aan zee in Great Yarmouth. Bij aankomst ’s avonds laat merkten we nog niet wat de komende dagen duidelijk werd: dat dit badplaatsje flink gebukt ging onder de troosteloze sfeer van vergane glorie. Zo was er op de mooi opgeknapte pier – vanouds her een bron van amusement – geen mens te zien. Gelukkig togen wij zondagochtend na het ontbijt per bus de groene velden in, om aan een klein kanaaltje onder een bewolkte hemel de botenwagen af te laden en het water op te gaan. Vroeger werden de boten geleverd door de deelnemende verenigingen. Zo is onze enige wherry, het Nonnetje, ook meermalen mee geweest. De laatste jaren wordt er gevaren in de speciaal voor deze reizen ontworpen houten wherries van de KNRB zelf.

Roeien met getij
Het bijzondere aan de tocht in The Broads was dat we in tegenstelling tot bijvoorbeeld op de Thames, de Donau, de Barrow onderweg geen sluizen tegenkwamen. Het waterpeil in de riviertjes waar we op roeiden werd bepaald door het getij van de naburige Noordzee.
De eerste dag roeiden we in het binnenland over de Bure en de Ant van Hoveton naar Stalham en merkten hier nog weinig van. Het wemelde van de plezierjachtjes op het water, en toen ’s middags de hemel openbrak in stralende zonneschijn moest de zonnebrand er alsnog aan te pas komen. Terwijl wij een wijde plas overstaken werden wij vanaf een motorjacht dat voor anker lag door een vrouw op luide toejuichingen onthaald (cheering zonder leader). In de streek zelf waren nauwelijks roeiverenigingen, maar onze sportieve prestatie werd er niet minder om gewaardeerd.

Op maandag roeiden we wederom op de Ant, een smal riviertje geflankeerd door riet en af en toe een oude molen, en op de Thurne, die zich op het eind vertakte en verbreedde tot een heus meertje. Door achtergebleven zeewater en door afgraving van het veen zijn door de eeuwen heen her en der in deze streek plassen ontstaan die men Broads (‘wijd’, vgl. wied) noemt. Er stond een flinke wind, zeer geschikt voor de vele zeilers, in prachtige houten boten met roef. Heel toepasselijk mochten wij deze dag afmeren bij de Hickling Sailing club. Na het smakeloze maal in ons hotel de vorige avond besloten wij deze avond de Engelse keuken te mijden, en aten brood, kaas, tomaten en komkommer in de avondzon op het strand, met zicht op de pier. De derde roeidag voeren wij van Hickling naar de kust, tegen het opkomend tij in. Bij gebrek aan vergezichten genoten wij van de enige afwisseling die het ons flankerende riet bood: vogels.
Sommigen hoorden we alleen (karekiet, rietzanger), anderen zagen we ook: rietgorzen, die met hun zwarte kopjes goed herkenbaar zijn wanneer ze op een doorbuigende rietpluim landen.

The Royal Watermen
Bij aankomst op een scheepswerf in Great Yarmouth moesten de boten op de wagen geladen worden, omdat wij de volgende dag op een andere plaats zouden vertrekken. Dit had met tegenzittend getij te maken. Door de aanpassing van het traject was de tocht op de vierde dag maar kort. We roeiden van St. Olaves over de rivier de Waveney naar Oulton. Daar werden we ontvangen door de voorzitter van de lokale roeivereniging, die blijkens een plakkaat op de deur naarstig op zoek was naar nieuwe leden. Bij een fraaie houten skiff vertelde hij dat het hier een boot betrof die had meegedaan aan de traditionele wedstrijd voor leerling-veermannen. De winnaar van deze race werd opgenomen in de gelederen van The RoyalWatermen. Tot op heden begeleidt dit keurgezelschap de Britse koningin bij officiele vaartochten zoals bij haar 60-jarig ambtsjubileum.    

Dutch Dykes
De bus bracht ons na het sjouwen van de boten, naar een ander hotel, in Norwich, de enige grote plaats in deze streek, met een beroemde kathedraal – die door de Anglicaanse kerk is geconfisceerd. In de tijd van de Reformatie kwamen ook veel protestantse Nederlanders naar Norfolk, op de vlucht voor de Spanjaarden.
Zij stonden aan de basis van de textielnijverheid in dit gebied en droegen bij aan het ‘watermanagement’: het woord ‘dyke’ dat we vaak op de kaart zagen staan verraadt de hand van onze voorvaderen.

Donderdag 14 juni hadden we zowel stroom, wind als tij tegen (het was eb, en we roeiden van Oulton aan de kust het binnenland in). Onze boot kwam per haal de lengte van een pol riet vooruit. We roeiden per beurt – om het half uur wisselen de twee sturen met de twee roeiers, al kruipend over de gangboorden – slechts een, twee bochten in de rivier. Dit was de meest spectaculaire dag in een overigens zeer relaxte tocht. De aankomst was bij de grote suikerfabriek van Cantley, waar een bord, dat je eerder in de Verenigde Staten dan in Engeland zou verwachten verklaarde ‘proud to produce sugar for Britain from British farmers.’

Meer culinaire uitspattingen
Na dinsdag Indiaas en woensdag Italiaans te hebben gegeten, vonden wij nu een Thais restaurant waar de eigenaresse ons, in weerwil van een overdaad aan lege tafels, bij binnenkomst parmantig vroeg of we wel gereserveerd hadden. Later kwam er nog een andere ploeg van onze vloot bij, ‘natives’ wat de Thaise keuken betreft dus dat stond garant voor veel hoesten na de eerste hap. Vrijdag was alweer de laatste roeidag. Zo woest het de vorige dag geweest was, zo lieflijk was het nu. Zon, kabbelende golfjes, steeds meer bebouwing – zomerhuisjes, villa’s – op de oevers. Over de rivier de Yare roeiden we naar Norwich. Bij de lokale, kleine roeivereniging werden we onthaald op de thee. ’s Avonds moesten wij bij het gezamenlijk groepsdiner weer aan de Engelse keuken geloven.

Tijd voor cultuur
Op zaterdag ging het grootste deel van de groep naar een modern museum, dat ontworpen was door een beroemde architect. Zelf toog ik naar het Castle, hoog op de heuvel boven de stad uittorenend, waar behalve geschiedenis ook natuurhistorie te bewonderen was. Behoudens de obligate vitrinekasten vol opgezette vogels, had men in zes verschillende zg. ‘diorama’s’ landschappen uit het gebied uitgebeeld, met de daarin voorkomende vogels. Docenten van de kunstacademie hadden het decor geschilderd, een bevlogen conservator had in zijn vrije tijd attributen als riet, mos, schelpen geprepareerd. Rivierdal, wad, duin, plas, heide en ‘loke’ (een door struiken en bomen overkoepeld verbindingspaadje) waren uitgebeeld. Omringd door de bijbehorende vogelgeluiden, werd ik overspoeld door herinneringen aan de afgelopen dagen in de Broads, een heel bijzondere ervaring.

Verenigd met mijn ploeggenoten, vormde een bezoek aan de kathedraal van Norwich en de tuinen van omliggende – Middeleeuwse – panden een waardig slot aan deze tocht door een oude Engelse streek. De nachtboot bracht ons terug naar het continent.

Greet Kuipers

Een zeewaardig hondje 

Deel deze informatie via jouw account met onderstaande knoppen...
Scroll naar boven