Een boek dat écht over roeien gaat

cover-boekIn het boek “De jongens in de boot” (Ned. Vertaling, Uitgeverij Thomas Rap, 2013) beschrijft de auteur Daniel James Brown het waargebeurde verhaal van de roeiploeg die voor de Verenigde Staten in de acht deelnam aan de Olympische Spelen van Berlijn in 1936 – en won. Hoewel hij zich gebaseerd heeft op dagboeken, kranten en gesprekken met betrokkenen en hun familie, leest het boek als een roman.

Hoofdpersoon van het boek is de jonge Joe Rantz, die onder armoedige en moeilijke omstandigheden opgroeit in Seattle. Hij probeert aan een bestaan als houthakker of boer te ontkomen door zich in 1933 aan te melden bij de Universiteit (verwarrend genoeg University of Washington genaamd) en zich op te geven voor de roeitraining voor eerstejaars. Uit een groep van bijna honderd deelnemers zal uiteindelijk de selectie gemaakt worden voor de acht die namens Seattle gaat uitkomen in landelijke universiteitswedstrijden. Grappig is dat de schrijver deze Joe Rantz in werkelijkheid heeft leren kennen als de man die, op hoge leeftijd maar nog steeds beresterk, het houten hek rond zijn land in de buurt van Seattle heeft geplaatst.

Heel beeldend worden de trainingen, door weer en wind, op het meer bij de universiteit beschreven, de rivaliteit met de acht van de University of Berkeley in Californië, de wedstrijden tegen de prestigieuze universiteiten Harvard, Yale en Princeton aan de Oostkust, en uiteindelijk de voorbereiding en deelname aan de Olympische Spelen in nazistisch Duitsland. Ondertussen wordt ook de moeite die het kostte om tijdens de crisisjaren dertig financieel het hoofd boven water te houden goed geschetst.

Naast de persoon van Joe en de jongens met wie hij na de nodige selectierondes een vaste ploeg zal vormen, wordt ook van de coach van Seattle (Ulbrickson) en de botenbouwer (de Engelsman Pocock) een levendig portret geschilderd. Van de laatste zijn tal van prachtige uitspraken over roeien in het boek opgenomen. Een voorbeeld: “Iedere goede roeicoach brengt, op zijn eigen manier, zijn mannen het soort zelfdiscipline bij dat nodig is om het uiterste uit hoofd, hart en lichaam te halen. Daarom zul je van de meeste oud-roeiers ook horen dat ze in de boot fundamenteel belangrijkere lessen hebben geleerd dan in de collegezaal”. En: “Een boot, een wedstrijdboot met acht riemen, is een gevoelig wezen, dat niets voor je doet als je hem niet de ruimte geeft”.

De grote belangstelling die het roeien destijds bij het grote publiek had is nu nauwelijks voor te stellen: in kranten en op de radio werd uitgebreid verslag gedaan van de voorbereidingen en de wedstrijden. Toeschouwers konden zelfs in een trein op de oever met de tegen elkaar uitkomende ploegen meerijden. “Er hing een grijze warmtenevel boven de rivier. Witte, elektrische pontveren voeren heen en weer om fans over te zetten naar de westkant, waar een toeschouwerstrein voor hen klaarstond die met wit doek was omhangen en van houten banken was voorzien. Tegen vijf uur ’s middags hadden zich langs beide oevers van de rivier meer dan vijfenzeventigduizend mensen verzameld die langs het wedstrijdparcours op strandjes zaten, op steigers stonden, op daken, steile oevers en kliffen balanceerden, van hun limonade nipten en zichzelf met hun programmaboekjes koelte toewuifden”.
achterplat-boek
De Olympische strijd vond plaats in de megalomane sfeer van Hitler-Duitsland. De Duitse en Italiaanse boot kregen in de finale de beste banen toebedeeld, Engeland en de Verenigde Staten de slechtste. Een aangrijpend detail is dat de stuurman van de Amerikaanse boot een joodse jongeman was.

“Bobby Moch keek op naar het enorme zwart-witte doek boven de finish waarop ‘Ziel’ stond. Hij begon te berekenen wat hij nog uit de jongens moest zien te halen om er zeker van te kunnen zijn dat hij daar zo meteen eerder arriveerde dan de boten links van hem. Het was tijd voor een leugentje. “Nog twintig halen!” blafte Moch. Hij begon ze af te tellen: “Negentien, achttien, zeventien, zestien, vijftien, twintig, negentien…” Maar iedere keer dat hij bij de vijftien was begon hij weer bij twintig. En, verbazingwekkend genoeg, het werkte. In een roes, in de overtuiging dat ze op de finish af gingen, gooiden ze zich met hun lange lijven in iedere haal, furieus en foutloos en met een griezelige elegantie. Hun riemen bogen ver door (….) Toen roeiden ze een wereld van verwarring binnen. Ze sprintten voluit, en voerden het tempo op naar veertig slagen per minuut, toen ze op een muur van geluid stuitten. Ineens bevonden ze zich pal naast de enorme onoverdekte houten tribunes aan de noordkant van het parcours, nog geen drie meter verwijderd van duizenden toeschouwers die als uit een mond “Deutsch-land! Deutsch-Land! Deutsch-Land!” schreeuwden.”

Ik kan iedere roeier aanraden om het boek te lezen, zodat je zelf de afloop mee kan genieten! Maar mooier nog dan het einde is het om mee te leven in al die uren van trainen, ritme, regen, wind, tegenslag, afstemming en stilte die er aan voorafgegaan zijn.

Greet Kuipers

Deel deze informatie via jouw account met onderstaande knoppen...
Scroll naar boven