Denkend aan roeien
zie ik ranke boten
koersend door de strakke
wateren gaan.
Langs Citadel
en steile kaden
waar muren
in het zonlicht staan.
Onder de zware brug
en langs de witte huizen
de Bartenbrug voorbij
trek ik mijn waterspoor.
En na de brede bocht
aan het wijde water
rusten de Spaanse trappen
waar ik mijn hart verloor.
Stil zijn bij d’Acaciasingel
met ogen recht vooruit
ruist mijn ivoren bootje
onder de Kennedy door
richting ijle staken
van de betonnen brug
en langs die afslag rechts
waar ik mijn onschuld verloor.
Daar is dan eindelijk de plas
stem van het grote water
het mooiste dat er is
en – in mijn roeiherinnering – ook was.
Michiel H. Koops.
(Inspiratie: H. Marsman)