Nooit meer roeien of nooit meer bourgondisch carnaval?

Ik zal jullie roeihart sparen; het antwoord was eenduidig. Voor mij, als niet carnavalvierder onbegrijpelijk. Voor hen een onbegrijpelijke vraag. Zoiets kun je toch niet vergelijken? Desondanks was het antwoord snel gegeven.

Op een koude zaterdagmorgen interviewde ik Fyke Hurkens in de kantine van de de Hertog, terwijl Martijn Schneider later aanschoof. Beiden gestart met roeien in april 2017. Fyke roeit bij Klip en Klaar en Martijn is van Klip en Klaar overgestapt naar de mannen van Hop.

Echte Oeteldonkers

Het interview duurde veel langer dan gepland. Fyke is vice-voorzitter van de Raad van State. Deze heeft tot taak te waken over de Oeteldonkse tradities en houdt daarom dus ook toezicht op het Ministerie van Protocol. Fyke is sinds haar geboorte een Oeteldonker vanaf haar 15e jaar actief. Met veel passie vertelde ze mij over hoe haar vader minister was van Pers en Publiciteit en hoe zij begon als jong meisje bij de telkamer van het Kwèkfestijn. Uiteindelijk werd zij zelf minister van Pers en Publiciteit. Dit was begin jaren 90. In die tijd waren vrouwelijke ministers nog een bijzonderheid.

Een vier dagen virus

Ik beland in een passioneel verhaal over het protocol, wat bestaat sinds 1882. Het spel is belangrijk. Het spel, dat een carnavaleske afspiegeling is van de samenleving. Carnavalesk en serieus tegelijkertijd. Als het protocol niet bewaakt wordt, dan graaf je je eigen graf. Dan wordt het niets meer en niets minder dan een gewoon feestje. Ik beluister hoe Martijn vertelt over zijn toetreding als aspirant lid van de Biezenpèrdjes. Het is toch wel een beetje een ontgroening. Vol nieuwsgierigheid kruip ik bijna naar de andere kant van de tafel. Ik wil zo graag begrijpen wat het carnavalsvirus nu eigenlijk inhoudt. Ik snap er werkelijk geen snars van. Martijn viert pas 7 jaar carnaval in Oeteldonk, maar ook hij is inmiddels een echte Oeteldonker.

Kun je het leren?

Martijn en Fyke vinden het lastig om onder woorden te brengen wat dat carnavalsvirus aan gevoel met zich meebrengt. Dat kunnen ze niet concretiseren. Ik merk bij mezelf op, dat langzaamaan mijn nieuwsgierigheid omslaat in een soort begrip en ik voel een enthousiasme groeien die ikzelf niet begrijp. Ik vang blijkbaar ergens een vleugje op van wat ze proberen over te brengen. Met carnaval zindert door de hele stad de feestvreugde en alles wat daar bij hoort. Het is een ongelooflijk groot feest, dat niet alleen maar carnavalesk is, maar waar een grote organisatie bij komt kijken waar heel veel enthousiaste vrijwilligers een jaar lang, jaren op een rij, bij betrokken zijn. Het protocol, het spel, de verschillende rollen, de geschreven en ongeschreven regels. De saamhorigheid, het zorgen voor elkaar, 4 dagen feestgedruis in een prachtige stad en de verbondenheid die je met elkaar voelt als je dit samen meemaakt. Thuis lees ik het gekregen boekje: “Zo zit dè in Oeteldonk.” Het lijkt een soort live action role playing; een uit de hand gelopen straattheater. Maar het is echt veel meer dan dat. Zou ik het volgend jaar durven? Zo’n rood-wit-gele shawl om doen en ervaren wat het is?

Imre Giesselbach

 

Deel deze informatie via jouw account met onderstaande knoppen...
Scroll naar boven