In Nederland is er al sinds 1997 geen Elfstedentocht meer gereden, omdat het niet hard genoeg vriest om 15 cm dik natuurijs te krijgen op het hele traject. Gelukkig worden er wel alternatieve Elfstedentochten georganiseerd in het buitenland. De bekendste is toch wel die op de Weissensee, een 12 kilometer lang bergmeer in Oostenrijk.
Een groep leden van De Hertog ging de uitdaging aan: Noortje Spierings, Collin Hoogeveen, Jack van de Vijver, Renske Hilkens-van Dillen, Wilbert Hilkens en Yorick Desmense. Samen met ongeveer 1500 andere, voornamelijk Nederlandse, deelnemers.
Noortje: “Ik had kunstschaatsen en nog nooit echt lange tochten geschaatst. Als er natuurijs lag, dan
ontstond er bij mijn partner Collin Hoogeveen een soort schaatskoorts. Met Yorick Desmense schaatste hij dan bv. 70 km en kwam dan met kapotte voeten, maar wel ontzettend blij terug. Die kick van het schaatsen kende ik niet. Misschien moet ik toch eens leren schaatsen op noren, dacht ik bij mezelf. Toen zei Renske van Dillen ook nog eens tegen me: ‘Dat is dan een mooi doel voor als je 40 wordt!’ Omdat ik toch niet zo vaak meer roeide, want mijn was roeimaatje zwanger, was dit het moment. Ik schreef me meteen in voor de Weissensee.”
De voorbereiding
Noortje: “De ijsbaan ging pas in oktober open en ik nam vanaf toen les bij de Vughtse IJsclub. Daar verklaarden ze mij voor gek. Toen ik het aan Marjolein Rekers vertelde, antwoordde ze: ‘Noortje, dat is ongeveer hetzelfde als dat iemand die meedoet aan de introductiecursus roeien zegt: ‘Ik ga over een vijf maanden de Ringvaart (ook 100 km) skiffen.’
Mijn eerste schaatsles was net als mijn eerste zwemles: vijf minuten leken wel twee uur te duren. Van de schaatsleraar mocht ik geen rekje: ‘Jij gaat toch de Weissensee schaatsen?’ Lag het aan mijn schaatsen dat het zo moeizaam ging? Nee, ik moest eerst aan mijn techniek werken. Maar ik kon nog niet eens recht op mijn schaatsen staan. Een maand later kocht ik schaatsen met harde hoge schoenen, zodat ik niet meer kon zwikken en vanaf toen schaatste ik 1 à 2 keer in de week. Ook heb ik in Biddinghuizen geschaatst, een openlucht kunstijsbaan. Als ik dat kan, dan kan ik ook 100 km, dacht ik.”
Gek idee van Noortje
Jack: “Het was weer een van de gekke ideeën van Noortje om mee te gaan doen aan de alternatieve Elfstedentocht. Vorig jaar deden we met (ongeveer) dezelfde ploeg nog mee aan een drakenbootrace. Nou wilde ik wel ontdekken of het zou lukken: een marathon van 200 km schaatsen. Ik train in de winter de meeste weken wel een keer op de schaatsbaan, maar daar kom je niet verder dan een kilometer of 40. De maand voor de tocht kwam daar helaas niet zoveel van terecht. En toen er zowaar ijs lag op de IJzeren Man, ben ik daar op de zondag na het Hertogfeest in alle vroegte 70 km gaan schaatsen. De maandag erna had ik nog spierpijn, maar op de vrijdag erna, toen we de tocht in Oostenrijk gingen schaatsen, had ik gelukkig nergens last van.”
De dag zelf, 27 januari 2017
Noortje: Om 6.30 uur stonden we in het donker op een enorme ijsvlakte. De zon kwam achter de magische bergen op, de lucht zat vol met glinsterende ijskristalletjes en je hoorde het krassen van de schaatsen. Het was -17 graden. Toen ik een banaan wilde eten, was ie bevroren, net als mijn water en boterhammen met kaas. Gelukkig stonden er overal kraampjes langs het parcours waar je warme thee, bouillon en krentenbrood kon krijgen. Een rondje is 16,7 km. Ik ging voor de 100. Na 116 km vond ik het genoeg geweest, maar kwam ik Yorick tegen. We hadden afgesproken even lang op het ijs te staan. Yorick ging voor de 200 km en moest daarvoor nog twee rondjes. Ik doe er ook nog één, gelukkig schijnt de zon. Ik redde het. Ondanks de scheuren in het ijs (die was ik niet gewend) en een scheurtje in mijn achillespees (die ik 6 km voor het einde opliep), heb ik 10 uur op het ijs gestaan en 134 km geschaatst.”
Jack: “Het is een geweldige belevenis. Vooral de eerste uren zijn onvergetelijk mooi, en natuurlijk de laatste ronde. Ik ging voor de 200 km en dat is me gelukt in 9 uur en 45 minuten. Bij het laatste rondje had ik wel last van mijn knieën, ik dacht echt: straks kan ik niet meer lopen.”
Na afloop
Noortje: “Op de afterparty stuiter ik van de adrenaline. We hadden prachtig weer. De bergen waren zo mooi. Dat gaf veel energie. De volgende dag voelde ik me ook nog prima, misschien een beetje stijf, na een autorit van 1100 kilometer terug naar huis.”
Voor herhaling vatbaar?
Noortje: “Ja, maar dan moet ik echt aan mijn techniek gaan werken. Ik zag nu senioren met een behoorlijke buik harder schaatsen dan ik, terwijl mijn conditie beter is. Of ik ga mountainbiken, ook iets wat ik nog nooit gedaan heb.”
Jack: “Ja! Schaatsen op natuurijs blijft toch altijd trekken. Misschien dat ik volgend jaar een tocht in Zweden ga schaatsen.”
Janneke Verrips




goed gedaan allemaal, we zijn trots op jullie.
Vergeet echter m’n ploeggenoot Mark Dronkers niet welke enkele dagen later ook de 200km heeft voltooid. Hij had maar een seconde meer tijd nodig over de 200km dan Yorick.