Veilig roeien bij stroming

op 06 maart 2016
Geschreven door commissaris roeien

Op verzoek van het bestuur heeft Mark Schouten, aangevuld door Jan Buitink en Olaf Roelands, een lijst gemaakt met 25 tips voor roeien bij stroming. Actueler dan ooit, nu de stroming op de Aa ca. 1 meter per seconde is, en de eerste schade als gevolg van de stroming al is gemeld.

25 TIPS VOOR ROEIEN BIJ STROMING

 

Algemeen:

1  Stromend water beweegt en een boot beweegt mee. Dit is net zo'n open deur als het lijkt maar er wordt vaak geen rekening mee gehouden. Laat je niet verrassen en zorg altijd dat je voldoende ruimte hebt om een manoeuvre uit te voeren. Vertrouw niet op je roer, daar kun je te weinig mee, zeker niet als de snelheid laag is.


Boot in het water leggen en wegvaren:

2  Leg de boot met de boeg in de stroomrichting.

3  Als er iemand in de buurt is laat je dan afduwen en zorg dat de boot daarbij scheef komt te liggen met de boeg het verste van het vlot af.

4  Zorg dat er (veel) ruimte stroomafwaarts is, zodat je de mogelijkheid hebt om weg te komen voordat je ergens tegenaan drijft.

5  Zodra er roeiers vrij zijn begin te halen zodat de boot tegen de stroom in gaat, laat je niet wegdrijven.

6  Voetenboorden stellen: dit kan alleen met veel ruimte stroomafwaarts of waar het water ongeveer stil staan, zoals tussen de punten van de Citadel

7  Bij sterke stroming is het meest stroomopwaartse deel van het vlot niet te gebruiken, je boot wordt direct terug naar het vlot geduwd, vaak een aantal meters stroomafwaarts. Dus als daar nog een boot ligt heb je een probleem.


Aankomen en aanleggen:

8  Altijd tegen de stroom in en met een kleine hoek of zelfs bijna evenwijdig ten opzicht van het vlot. Je hebt veel vrije ruimte nodig vanwege de kleine hoek en omdat het lastig in te schatten is waar je precies terecht komt.

9  Mik op een punt zover mogelijk stroomopwaarts, waarschijnlijk kom je een stuk stroomafwaarts terecht..

10  Als er iemand in de buurt is, laat je vanaf een veilige afstand aantrekken.


Bochten stroomopwaarts:

11  Probeer zoveel mogelijk de binnenbocht te nemen, wees wel bedacht op tegenliggers die hetzelfde idee kunnen hebben. Laat de boeg meekijken en waarschuwen.

12  Bedenk of er een dwarse stroming kan zijn en wees bedacht op wat er kan gebeuren.

13  Zorg voor een redelijke snelheid zodat de stroming snel op een groot deel van de boot aangrijpt en je kunt houden en rond maken tegen de stroming in.

14  Direct houden en direct rondmaken, niet eerst laten lopen. Dit vereist snelheid en kracht. Een onervaren ploeg of stuur die niet weet hoe snel te handelen moet hier wegblijven en dus niet het water op.


Bochten stroomafwaarts.

15  Omdat nu de punt van de boot door de stroom in de gewenste richting geduwd wordt, hoef je niet strak de binnenbocht te houden (botsgevaar, zie punt 12). Zorg wel voor een ruime afstand tot de oever zodat je gelegenheid heb te manoeuvreren.

16  Als je de bocht niet haalt, niet laten lopen maar direct houden en rond maken. Ook hier moet je snel en krachtig kunnen handelen,

17  Overweeg of je niet al vlak voor de bocht gedeeltelijk rond moet maken zodat je meteen weg kunt varen als de stroming je tot in de bocht gedreven heeft.


Bruggen en andere lastige punten:

18 Stroomafwaarts van een brugpijler is vaak veel turbulentie. Probeer zo goed mogelijk midden tussen de pijlers te blijven. Als je merkt dat een boord meer druk is dan aan het andere, onmiddellijk light peddle en de boot midden tussen de pijlers richten.

19  Zorg ruim weg te blijven van al die goedbedoelde maar in de praktijk lastige waarschuwingsbordjes. Als je er tegen aan gedrukt wordt is het heel moeilijk om weer weg te komen. Hetzelfde geldt voor het stroomopwaartse eind van ons eigen vlot.


Zijkanaal met stroming (A2, Vughterstuw, uitloop van Aa in Zandvang):

20  Passeer zo'n punt met zoveel mogelijk ruimte stroomafwaarts. Vaar stevig door zodat de koersverandering wanneer de stroming tegen de voorpunt aandrukt, gecorrigeerd wordt wanneer die tegen de achterpunt aan drukt.


Manoeuvreren:

21  Zorg dat je stroomafwaarts voldoende ruimte hebt. Als het twee minuten duurt om rond te maken en het stroomt 50 cm/sec heb je minimaal 60 meter nodig. Om dan ook nog een slok water te nemen en een jack uit te trekken komen er nog enkele tientallen meters bij.

22  Ga alleen stil liggen waar het echt kan en blijf er op bedacht dat je plotseling weg moet kunnen.


De goede punten:

23  75 cm/sec is een heel stevige stroming die we niet zo vaak zien. Een roeiboot vaart met 3 m/sec (10 km/uur) vier keer zo snel.

24  Stroming is heel voorspelbaar. Neem de moeite om op de kant of een brug te kijken hoe het water beweegt en te bedenken hoe je daar mee om moet gaan. Je zult zien dat de stroming soms onverwachte kanten uit gaat, maar het is altijd hetzelfde.


Ten slotte:

25  Als er niet zeker van bent dat je voldoende snel en krachtig kunt handelen, kijk dan eens of de ergometers deze week geen betere optie zijn.

(C) 2006-2013 Roeivereniging De Hertog 's-Hertogenbosch   | Beheerder Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.